Wat begon met één cliënt en een jaaromzet van €420, groeide in vijftien jaar uit tot een organisatie met meerdere locaties, bijna zeventig medewerkers en een breed zorgaanbod. Voor Maurice, oprichter van Pret in Herstel, begon het met een persoonlijke zoektocht die uiteindelijk uitgroeide tot de organisatie die er vandaag staat.
Na zijn eigen tijd in een kliniek wist hij dat hij een andere richting op wilde. “Ik dacht: ik moet iets anders gaan doen, anders val ik terug.” Tegelijkertijd groeide het besef dat hij zijn eigen ervaring wilde inzetten en iets voor anderen wilde betekenen. Hij begon als begeleider, wat we nu een recovery coach zouden noemen, en werkte individueel met cliënten aan huis. Vanuit die eerste begeleiding groeide Pret in Herstel stap voor stap verder.
‘Ik dacht: ik moet iets anders gaan doen, anders val ik terug.’
Van begeleiding naar wonen
In de praktijk merkte Maurice dat begeleiding alleen niet genoeg was. “Mensen kwamen uit een kliniek en konden niet terug naar hun oude situatie. Ze hadden geen veilige plek.” Die behoefte leidde in 2012 tot de eerste twee plekken voor beschermd wonen in Rijswijk. “Toen dacht ik meteen: dit werkt, hier moeten we mee door.” Vanaf daar volgde verdere uitbreiding: Den Haag, later Delft en Hoenderloo. Toch was groei nooit het doel op zich. “We hadden veel ideeën, maar hebben ook vaak bewust de rem erop gezet. Eerst zorgen dat het team goed staat en dan weer verder. We hebben nooit groei boven kwaliteit gezet.”
‘We hebben nooit groei boven kwaliteit gezet.’
Behandeling dichterbij
Tijdens het werken met cliënten viel Maurice nog iets op: mensen die al in herstel waren, moesten voor behandeling vaak nog ergens anders terecht. “Ze stonden op een wachtlijst, terwijl ze al in een traject zaten. En als die behandeling dan begon, kwamen bijvoorbeeld trauma’s naar boven en viel iemand terug.” Dat leidde tot de oprichting van NuGGZ. “Nu kunnen we behandeling en begeleiding combineren. Dat maakt echt een verschil.”
Jeugd in herstel
Met Jeugd in Herstel werd het aanbod uitgebreid naar jongeren. Dat ging niet in één keer goed. “We hebben eerst iets opgezet wat niet werkte,” vertelt Maurice. “Toen hebben we bewust de pauzeknop ingedrukt en gekeken: hoe moet dit wél?” Inmiddels draait de locatie goed en ziet hij duidelijke verschillen met volwassenen. “Werken met jongeren is anders. Je moet echt naast ze staan.” Om dat verschil verder uit te leggen, gebruikt hij een beeld: “Ik vergelijk het met een ezel die steeds rondjes om een paal loopt. Hoe langer je loopt, hoe dieper de groef wordt. Bij iemand die al lang verslaafd is, zit die groef diep. Bij jongeren is die nog minder diep, waardoor je sneller iets kunt veranderen als je echt naast iemand gaat staan.”
‘Je moet echt naast ze staan.’
‘Herstellen mag ook leuk zijn’
De naam Pret in Herstel ontstond vanuit een simpele gedachte. “Als je herstel alleen maar zwaar maakt, hou je het niet vol.” Daarom speelt plezier een belangrijke rol binnen de organisatie. Van sport en creatieve activiteiten tot grotere uitjes, zoals een dag naar de Efteling of een trip naar de Ardennen. “We laten zien dat het ook leuk kan zijn zonder middelen.” Volgens Maurice is dat essentieel. Het helpt mensen om vol te houden en te ervaren dat herstel niet alleen draait om wat je opgeeft, maar ook om wat je ervoor terugkrijgt.
‘We laten zien dat het ook leuk kan zijn zonder middelen.’
Mensen maken het verschil
De kracht van de organisatie zit volgens hem in de mensen. “Onze medewerkers weten waar iemand doorheen gaat. De één vanuit ervaring, de ander vanuit kennis.” Bij het aannemen van nieuwe collega’s kijkt hij vooral naar motivatie. “Mensen moeten een bepaalde drive hebben. Dat ze anderen echt willen helpen en mee kunnen nemen.” Die betrokkenheid zorgt ook voor een sterke samenwerking. “We doen veel samen, daardoor voelt het als een community.” Zijn manier van leidinggeven is daarin duidelijk. “Mijn deur staat altijd open. Iedereen mag alles horen. Ik heb niets te verbergen.”
Groei met grenzen
Hoewel Pret in Herstel flink is gegroeid, blijft Maurice kritisch op verdere uitbreiding. “Groei is mooi, maar je moet jezelf niet voorbijlopen. Als je te groot wordt, verlies je de kern.” Daarom ligt de focus nu op verdieping, met aandacht voor kwaliteit en het versterken van het bestaande aanbod.
‘Als je te groot wordt, verlies je de kern.’
Energie en toekomst
Wat hem zelf energie geeft? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. “Slapen,” grapt hij. Daarna wordt hij serieuzer. “Wat ik echt mooi vind, is om op de locaties te kijken en te zien hoe mensen werken en met cliënten omgaan. Dat vind ik fantastisch.” Voor de toekomst heeft hij één duidelijke wens: dat de organisatie blijft zoals die bedoeld is. Voor mensen die zelf worstelen heeft hij één boodschap: “Geef jezelf een kans. Daar word je uiteindelijk echt beter van.”